We gaan collectief van de natuur houden

We zijn massaal het afgelopen jaar met z’n allen de natuur in gegaan. Wat bizar is, want blijkbaar heb je daar dus helemaal geen geitenwollen sokken imago voor nodig. Grapje natuurlijk. Waarom ik deze blog schrijf over dit onderwerp? Ik kwam een tweet tegen van iemand die zei: “Dit jaar heb ik mijn coming out als natuurmens gehad.” Blijkbaar was het voor corona helemaal niet “cool” of “tof” om buiten een rondje te lopen of “de natuur” in te gaan. Laat staan om dit te delen met de wereld. Ik ben van mening dat dit heel goed is voor ons mensen als collectief om dit wel te doen.

Foto van Marc Keen (unsplash)

Een bizar voorbeeld, vind ik zelf, is dat ik laatst in het weekend met mijn fiets bijna van het fietspad werd afgelopen en mensen zich hardop afvroegen waarom ik nou eigenlijk met mijn fiets op dit pad fietste. Zoals ik al zei, het was een fietspad. Wat mij deed beseffen dat het geen fietspad meer was, wat het bord in de berm ook zei, het was bepaald door de mensen die er gebruik van maakten. Er was geen plek meer voor mijn fiets.

Eigenlijk is het helemaal niet gek dat wij nu onze toevlucht zoeken in de natuur. Wist je bijvoorbeeld dat creatief in het Tibetaans wordt vertaald als natuur? Er is geen eigen woord voor. Hier zijn we namelijk nog heel nauw mee verbonden. Naast dat het op dit moment het enige uitje is waarbij je niet continue wordt herinnerd aan de maatregelen die nu spelen. Is het na een tijd van massaconsumptie nu weer tijd om aan de wereld en elkaar te denken. Dit hebben we in het verleden gezien en deze tijd keert nu weer terug. Denk bijvoorbeeld aan de hippies in de jaren 70 of de jaren 80 met de krakers die kwamen na een naoorlogse welvarende periode. Dit is in alles terug te zien, van onze politieke voorkeuren en hoe we omgaan met de crisissen die nu gaande zijn: BLM movement, klimaatcrisis en een pandemie. De ene gaat de straat op en protesteert, de andere gaat de natuur in en bedenkt hoe de wereld er straks weer beter uit gaat zien.

Foto Monet Garner (unsplash)

Foto van Netflix

De tweet intrigeerde mij, want ik ben altijd al een buitenmens geweest. Ik ben opgegroeid op een boerderij in het oosten met veel bos en natuur om mij heen. Ik snap de massale trek naar buiten enorm en wat ik bij mijzelf zie is dat ik nu zelfs nog stillere plekjes op ga zoeken of gewoon een middag op een plekje doorbreng in de natuur. Ik hoef niet te wandelen, ik wil onderdeel zijn van mijn omgeving. Dit doet mij dan weer denken aan een docu die ik laatst heb gezien over een ondergewaardeerd stukje natuur: de onderwaterwereld en een bewoner hiervan, namelijk de octopus. Hoe we een dier hebben bestempeld als niet interessant en daarom er geen onderzoek naar doen. Wat blijkt, het is een intelligent en vindingrijk dier waar we veel van kunnen leren.  

En toen ik mijn collega Casper vertelde dat ik deze blog wilde gaan schrijven, was het eerste wat hij zei: “Wist je dat mensen eigenlijk nog helemaal nog niet zo ver geëvolueerd zijn?” Deze zin is op zich gek en stelt dat we de oermens nog in ons hebben. Nou dat is ook zo, we wonen nog maar enkele honderden jaren in steden, zoals we die nu kennen. We zijn nog niet geëvolueerd naar een “stadsmens” en daarnaast is de natuur overal. Ik heb wel eens in een blog gehad over de docu “de wilde stad”. Zo veel voorbeelden van dat wij eigenlijk nog heel erg in verbinding staan met de natuur. Misschien moesten we dit gewoon weer even terug vinden. 

Ik denk persoonlijk dat het massaal naar de natuur gaan heel goed is voor ons allemaal. We worden zachter, menselijker en komen weer fysiek met elkaar in contact (op afstand voor nu). Misschien is dit wel wat de wereld nodig heeft. Een stukje meer waardering en meegaan met de flow van onze omgeving.